ECLI:NL:RBOBR:2021:4135
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering twee-onder-een-kapwoning in Cuijk
Eiser betwist de door de gemeente Cuijk vastgestelde WOZ-waarde van zijn twee-onder-een-kapwoning, gelegen aan een adres in Cuijk, per waardepeildatum 1 januari 2019 en toestandsdatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €375.000. Eiser stelde een lagere waarde van €300.000 voor.
De rechtbank oordeelt dat vanwege de oplevering en inschrijving van eiser in 2019 de waarde op de toestandsdatum 1 januari 2020 moet worden bepaald, conform artikel 18 lid Pro 3b van de Wet WOZ. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd met vergelijkingsobjecten die voldoende rekening houden met verschillen in bouwjaar, inhoud en perceeloppervlakte.
De door eiser aangevoerde WOZ-waarden van andere woningen en de vrij-op-naamprijs zijn volgens de rechtbank niet bruikbaar ter onderbouwing van een lagere waarde. De meerderheidsregel faalt omdat de vergelijkingsobjecten niet identiek zijn en bovendien nog in aanbouw waren. Eiser heeft zijn lagere waarde niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeert dat de door verweerder vastgestelde waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarde van €375.000 en verklaart het beroep ongegrond.