De rechtbank Oost-Brabant behandelt een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor een intensieve varkenshouderij. Na een eerdere tussenuitspraak oordeelt de rechtbank dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne onvoldoende invulling heeft gegeven aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT) en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Het herstelbesluit van het college schrapte belangrijke voorschriften over geurbeheersing, waaronder een geurbeheersplan en verplichtingen tot geurrendementsmetingen.
Eisers, waaronder een coöperatie en omwonenden, stelden dat sprake is van een overbelaste situatie met geurbelasting die leidt tot meer dan 25% geurgehinderden. De rechtbank bevestigt dat de elektronische monitoringsverplichtingen onvoldoende garanderen dat de biologische combiluchtwasser het beoogde rendement haalt. Daarom is het noodzakelijk om periodieke geurrendementsmetingen verplicht te stellen.
De rechtbank vernietigt het herstelbesluit voor zover het voorschriften over geurbeheersing heeft geschrapt en geen verplichting tot geurrendementsmetingen bevat. Tevens legt de rechtbank een nieuw voorschrift op dat binnen zes maanden na ingebruikname van de stallen een jaarlijkse geurrendementsmeting moet worden uitgevoerd volgens NTA 9065. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van proceskosten, reiskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat het exclusieve toetsingskader van de Wgv niet buiten toepassing wordt gelaten door het voorschrijven van geurrendementsmetingen en benadrukt het belang van milieubescherming in overbelaste situaties. De rechtbank komt niet terug op haar eerdere tussenuitspraak en wijst het beroep van eisers grotendeels toe.