ECLI:NL:RBOBR:2021:714
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectafbakening en waardering samenstel recreatiepark en golfbaan volgens Wet WOZ
Eiser, eigenaar van een object bestaande uit een recreatiepark met 18 recreatiewoningen, een clubhuis, een golfbaan en diverse bijbehorende voorzieningen, betwist de objectafbakening en waardering door de heffingsambtenaar van de gemeente Boxmeer.
De heffingsambtenaar had de waarde van het object per 1 januari 2017 vastgesteld en de aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar niet-woning voor 2018 opgelegd. Eiser stelt dat de golfbaan en het recreatiepark los van elkaar gewaardeerd moeten worden, omdat zij geen één terrein vormen bestemd voor verblijfsrecreatie zoals bedoeld in artikel 16, sub e, Wet WOZ.
De rechtbank stelt vast dat het object op één terrein ligt, toegankelijk is via één gezamenlijke ingang, één eigenaar en één gebruiker kent, en dat het object als een samenstel moet worden aangemerkt conform artikel 16, aanhef en onder d, Wet WOZ. De rechtbank volgt daarmee het standpunt van verweerder en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de waardering van het samenstel recreatiepark en golfbaan wordt ongegrond verklaard.