Eiser, werkzaam bij de gemeente Helmond, kreeg ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim omdat hij een ondergeschikte onvoldoende krachtig had aangesproken op het versturen van een ongepaste afbeelding en dit niet had gemeld bij zijn leidinggevende. De rechtbank stelde vast dat eiser de ondergeschikte wel had aangesproken, maar niet krachtig genoeg, en dat hij zijn leidinggevende niet had geïnformeerd, wat vanaf het moment dat de afbeelding ook aan anderen was verspreid wel had moeten gebeuren.
De rechtbank oordeelde dat het college had miskend dat eiser zelf de afbeelding niet had verzonden, wat een ernstiger feit is, en dat het college pas na een week actie ondernam richting de ondergeschikte. Hierdoor was het opgelegde ontslag niet evenredig. De rechtbank vernietigde het besluit tot ontslag en gaf het college zes weken om een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd eiser een schadevergoeding toegekend voor de wettelijke rente over het onterecht niet betaalde loon. Het verzoek om overige schadevergoeding werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.