Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiseres]
Belvilla AG,
1.Het verdere verloop van het geding
- het tussenvonnis van 15 april 2021 en de daarin genoemde stukken. In dit vonnis is een zitting bepaald;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, tevens akte overlegging producties 33 tot en met 35 en akte houdende vermeerdering van eis;
- de akte overlegging producties 8 tot en met 19 van Belvilla;
- de mondelinge behandeling (hierna ook: de zitting), gehouden op 12 oktober 2021, de spreekaantekeningen van partijen en de aantekeningen van de griffier van wat partijen verder nog als toelichting op hun standpunten hebben aangevoerd.
2.Inleiding en feiten
Artikel 1. Bemiddeling en vertegenwoordiging
3.Het geschil
4.De beoordeling
Haviltex-maatstaf. Dit betekent dat niet alleen is gekeken naar de taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, maar ook naar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en op wat zij ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
upgradenvan de overeenkomsten door een vakantiehuis aantrekkelijker te presenteren. Volgens [eiseres] vereist het (relatie)beheer met eigenaren van aan haar overgedragen vakantiehuizen nog meer inspanningen dan bij door haar bemiddelde vakantiehuizen. Niet alleen omdat het contact met de huiseigenaar moet worden opgebouwd, maar ook omdat vooral die huiseigenaren in de afgelopen jaren te maken hebben gekregen met verslechterde verhuurcondities en het meer overtuigingskracht vergt om die overeenkomsten voor de portefeuille van Belvilla te behouden. Dat het (relatie)beheer direct bijdraagt aan het stimuleren van een optimale verhuur van het vakantiehuis is als zodanig niet door Belvilla weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter staat daarmee vast dat de werkzaamheden verricht in het kader van het (relatie)beheer, voor zowel door [eiseres] zelf aangebrachte als door Belvilla aan haar overgedragen huizen, onlosmakelijk verbonden zijn met de onder a. genoemde bemiddelingswerkzaamheden. Daarbij is ook in aanmerking genomen dat voor het verdienmodel van Belvilla niet de totstandkoming van de verhuurovereenkomst als zodanig van belang is, maar het aantal boekingen dat met de gecontracteerde vakantiehuizen wordt gerealiseerd. Het (relatie)beheer is daarvoor van essentieel belang. De conclusie is dan ook dat zowel de bemiddelingswerkzaamheden als de beheeractiviteiten behoorden tot de kerntaken van [eiseres] als handelsagent (zie ook Hof van Justitie EU van 4 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:438). Op al deze onderdelen is tussen partijen een agentuurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:428 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot stand gekomen.
’moet worden verstaan. In artikel 4.6 van de agentuurovereenkomst is het recht op provisie afhankelijk gemaakt van de nakoming van de (betalings)verplichtingen door de klant (de huurder van het vakantiehuis) voorafgaand aan het gebruik van het vakantiehuis. Als een boeking geannuleerd wordt, bestaat bijvoorbeeld geen recht op provisie. Het recht op provisie is dus afhankelijk gesteld van de
uitvoeringvan de overeenkomst (in dit geval door de klant). Er is sprake van een beding als bedoeld in artikel 7:432 lid 2 BW Pro. Een redelijke uitleg van het begrip ‘gerealiseerde boeking’ in artikel 4.1 van de agentuurovereenkomst brengt dan mee dat moet worden aangenomen dat een boeking is gerealiseerd op het moment dat de klant zijn (betalings)verplichtingen is nagekomen. Vanaf dat moment, zo volgt uit artikel 4.6 van de agentuurovereenkomst, heeft de agent recht op provisie. De enkele plaatsing van een boeking geeft geen recht op provisie.
tijdensde overeenkomst door bemiddeling van de agent tot stand gekomen verhuurovereenkomsten.
eengeval door het Bundesgerichtshof op 38% werd bepaald. Volgens dat verslag moet de migratiegraad worden berekend op grond van de eigen ervaring van de betrokken agentuur. Belvilla heeft niet toegelicht waarom de door het Bundesgerichtshof gehanteerde migratiegraad van 38% één op één op de situatie van partijen toepasbaar is, zodat hieraan geen betekenis wordt gehecht. Dat de door Belvilla gestelde migratiegraad redelijk is, volgt evenmin uit het als productie 2 door Belvilla overgelegde overzicht. Volgens Belvilla volgt hieruit dat de migratiegraad gedurende de hele looptijd van de agentuurovereenkomst 62,3% is: van de 1383 contracten zijn er 862 beëindigd. Uit dit overzicht volgt echter niet hoe lang de verhuurovereenkomsten hebben gelopen en wanneer die zijn opgezegd. De migratiegraad per jaar kan hieruit niet worden afgeleid.
sales-structuur wilde doorvoeren.
geplaatsteboekingen in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2021. Zoals hiervoor al uitvoerig uiteengezet, heeft [eiseres] geen recht op provisie voor geplaatste boekingen na 31 maart 2020.