Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Inleiding.
2.Het onderzoek van de zaken.
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
- Om een reële vordering of inschatting te kunnen maken van het daadwerkelijk behaalde voordeel is nader onderzoek nodig en is het noodzakelijk om een uitgebreide kasopstelling (UKO per individu) te vervaardigen. Het OM heeft jarenlang telkens zijn standpunten en berekeningen gewijzigd en geweigerd de verzoeken/opdrachten van de rechtbank daartoe uit te voeren.
- Het OM doet geen moeite om onderzoek naar de waarheid te doen, maar komt met slecht onderbouwde, geabstraheerde stellingen om vervolgens te stellen dat, als de uitkomst daarvan volgens de verdediging niet klopt, veroordeelde dat dient te bewijzen. De wijze waarop het OM de berekening onderbouwt is dermate onjuist en onzorgvuldig dat daarmee door schending van de in artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde rechten op een ‘fair trial’ en ‘equality of arms’ de ‘proceedings as a whole’ wordt aangetast.
4.Verzoeken om aanhouding.
5.De ontnemingsvorderingen.
- het OM niet op enige wijze aannemelijk heeft gemaakt dat veroordeelden voordeel hebben genoten uit strafbare feiten;
- de rapportage van het OM onvoldoende concreet, specifiek en ondeugdelijk is onderbouwd;
- er geen sprake is van een economische eenheid. Het OM heeft dat niet of te summier onderbouwd;
- de kasopstelling is op onjuiste en inconsequente wijze berekend;
- er geen rekening is gehouden met (deel)vrijspraken in de strafzaak bij de berekening van het voordeel uit leenovereenkomsten en witwassen. Deze vrijspraken dienen ook gevolgen te hebben voor het vervolgprofijt.
- niet aannemelijk kan worden geacht dat sprake is van vervolgprofijt wegens gebrek aan enige onderbouwing.
Economische eenheid of individuele benadering?
extended familyis, de grootfamilie met drie generaties. [18] Dit past bij hetgeen door de verbalisanten is aangetroffen toen zij onderzoek deden in de Gemeentelijke Basis Administratie van de [gemeente 1] en hetgeen [verdachte] heeft verklaard. [deskundige] merkt ook op dat de familie [naam 1] veel waarde hecht aan de
familia (extended family). [19]
‘het verwerven en vervreemden van woonhuizen zulks om Roma-families te voorzien van geschikte huisvesting in Nederland.’In bovenstaande overwegingen over de nauwe financiële verwevenheid aan de inkomsten- en uitgavenkant is [stichting] niet aan de orde gekomen, simpelweg omdat [stichting] naar het zich laat aanzien geen fundamentele inkomsten en uitgaven had en bovendien in het geheel geen rol speelde in bovenstaande economische eenheid. In het ontnemingsdossier is geen losse berekening voor het mogelijke voordeel van [stichting] opgenomen en het openbaar ministerie heeft zich hier evenmin over uitgelaten. De rechtbank ziet de rol van [stichting] in ontnemingsverband als een faciliterende, uitsluitend betrokken bij de aankoop van de panden aan de [adres] in 2001 en de [locatie 1] in 2009.
De kasopstelling.
Beginsaldo.
€ 14.900,-- +
Te lage ontvangsten en te hoge uitgaven.
Dubbeltellingen.
Voeding/kleding.
.Daarnaast koopt de familie altijd groot in en kan daarom kwantumkorting bedingen voor onder meer kleding. Ter terechtzitting zijn bonnen getoond waaruit dat zou blijken. Tevens wordt kleding vaak tweedehands gekocht en geleend van elkaar.
Bouwkosten.
Taxatie inventaris en sieraden (luxe goederen).
Conclusie.
€ 1.895.933,91.
Leenovereenkomsten.
geenlegale herkomst ten grondslag lag. Nu uit de leenovereenkomst geen ander voordeel is af te leiden dan de financiering van dit pand, is onvoldoende aannemelijk geworden dat wederrechtelijk voordeel is verkregen door het valselijk opmaken van die overeenkomst.
van mogelijke donateurs, zo begrijpt de rechtbank)en daarbij genoemde bedragen in Amerikaanse dollars. [68]
Vervolgprofijt.
€ 1.497.216,--.
€ 3.334.374,75(€ 4.455.374,75-/- € 1.121.000,--).
€ 877.467,04(10/38 x €
3.334.374,75).
Redelijke termijn.
6.Toepasselijke wetsartikelen.
€ 165.493,41(honderdvijfenzestigduizendvierhonderddrieënnegentig euro en éénenveertig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, waarvan aannemelijk is dat strafbare feiten daar op enigerlei wijze toe hebben geleid.