Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 juni 2022 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
.Omdat het beroep gegrond is ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in beroep in verband met door een derde verleende rechtsbijstand heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb (tarief 2022) en gelet op het door eiseres ter zitting ingenomen standpunt over de wegingsfactor, vast op € 759 [1] (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5).
.De rechtbank wil er niet aan voorbijgaan dat zij op de zitting onaangenaam verrast werd doordat eiseres pas toen te kennen heeft gegeven dat zij haar gronden tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde niet meer handhaafde, terwijl zij – zoals de gemachtigde van eiseres toegaf – dat al enkele dagen daarvóór intern had besloten. Het had eiseres gesierd als zij dit dan ook meteen had bericht aan de rechtbank en verweerder. Dan had de rechtbank, maar ook verweerder, daarmee bij de voorbereiding van de zaak rekening kunnen houden en daarvoor geen onnodige tijdsinvestering gedaan, en de kostbare tijd kunnen steken in andere zaken van rechtzoekenden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op de proceskostenvergoeding inzake de onroerende zaak [adres] ;
- vernietigt de bestreden uitspraak voor zover bij die uitspraak op bezwaar aan eiseres een proceskostenvergoeding is toegekend van € 859,12;
- stelt de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar vast op € 1.167,20;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;