ECLI:NL:RBOBR:2022:2456
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens hybride zitting zonder schending onpartijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter vanwege het houden van een hybride mondelinge behandeling, waarbij een partij via videoverbinding deelnam zonder voorafgaande informatie aan alle partijen. Verzoekster betoogde dat dit in strijd was met het beginsel van hoor- en wederhoor en het EVRM, en dat de digitale zitting onveilig zou zijn.
De rechter verdedigde de procedurele beslissing als passend gezien de omstandigheden, waaronder het verblijf van een partij in het buitenland, en erkende dat de communicatie over de zitting rommelig was verlopen. De wrakingskamer oordeelde dat procedurele beslissingen in principe geen wrakingsgrond vormen en dat geen sprake was van vooringenomenheid of schending van het beginsel van hoor- en wederhoor.
De wrakingskamer concludeerde dat de motivering van de procedurele beslissing geen blijk gaf van partijdigheid en dat de bezwaren onvoldoende waren om het wrakingsverzoek toe te wijzen. Het verzoek werd daarom afgewezen en de beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens het houden van een hybride zitting werd afgewezen wegens het ontbreken van schending van onpartijdigheid.