Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Mierlo, [woonplaats]
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Eindhoven,
Procesverloop
Overwegingen
20 juli 2000 is eiser in vaste dienst aangesteld als huishoudelijk medewerker. Op
1 oktober 2013 is eiser benoemd in de functie van gebouwencoördinator.
- Eiser is in augustus 2020 voor de valse bommelding veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur werkstraf en tot betaling van € 10.000 aan schadevergoeding aan het hotel;
- Eiser is op 29 januari 2020 staande gehouden wegens winkeldiefstal. Eiser heeft de diefstal bekend en een strafbeschikking gekregen van het Openbaar Ministerie van
- De schuldenproblematiek van eiser (waarvan de gemeente al op de hoogte was en waarin de gemeente eiser in 2005 met een geldlening heeft ondersteund) is nog niet opgelost;
- Eiser heeft van collega’s, waaronder ondergeschikten, geld geleend;
- omstreeks april/mei 2020 zijn twee dozen met aan eiser geadresseerde post aangetroffen in de papiercontainers van de gemeente.
4 september 2020 gedaan op de (primaire) grond dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming (van eiser) in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)).
1 januari 2021.
8 juli 2021 heeft opgenomen aan feiten. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aangegeven dat die feiten voor het overgrote deel niet bestreden worden. Alleen ten aanzien van de diefstal is opgemerkt dat de bewakers bij de Bijenkorf werkzaam waren voor hetzelfde bedrijf waarvan de gemeente Eindhoven bewakers betrok, maar dat het geen bewakers waren waarover eiser bij de gemeente zeggenschap had. Verder komt het pleidooi van eiser er op neer dat de feiten op zich en in onderling verband anders gewogen hadden moeten worden. Het voorgaande maakt dat het UWV terecht is uitgegaan van deze feiten en daarmee voldoende onderzoek heeft gedaan naar de toedracht.
14 november 2019 afgesloten met “Kan je alsjeblieft de lening zo snel mogelijk aflossen? Want ik heb daardoor geen rust en heel veel stress. Groetjes [naam] ”. Dit duidt op een ernstige situatie is waarbij [naam] schromelijk tekort is gedaan en daardoor in een netelige positie verkeert. Eiser poneerde in reactie op de zitting van de rechtbank de stelling dat [naam] gewoon zijn geld heeft gekregen en dat dat hij daarover op een ander nummer met eiser over whats-app heeft gecommuniceerd. Deze stelling is verder niet onderbouwd met harde gegevens en is ook inhoudelijk zo ver gezocht dat de rechtbank hieraan voorbij gaat.
Beslissing
mr. J.J.J. Sillen, leden, in aanwezigheid van E.H.J.M.T. van der Steen, griffier.
De uitspraak is in het openbaar geschied op 17 juni 2022.