ECLI:NL:RBOBR:2022:2973
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvragen coronasteun voor bakkerijen Vlijmen en Vught bevestigd
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de beroepen van twee bakkerijen uit Vlijmen en Vught tegen de afwijzing van hun aanvragen voor coronasteun onder de NOW-1 en NOW-2 regelingen. De minister had de aanvragen afgewezen omdat deze na de uiterste indieningsdata waren ingediend. De eiseres voerde aan dat dit berustte op een misverstand en dat zij hierdoor onterecht steun misloopt.
De rechtbank oordeelde dat de NOW-regelingen dwingend voorschrijven dat te late aanvragen moeten worden afgewezen en dat er geen hardheidsclausule is opgenomen die uitzonderingen mogelijk maakt. De regeling is een noodmaatregel met een generiek karakter, waardoor geen maatwerk kan worden geboden. Ook het buitenwettelijk begunstigende beleid van de minister, dat onder bijzondere omstandigheden een te late aanvraag kan toestaan, was niet van toepassing omdat er geen sprake was van een calamiteit of overmacht, maar van voortschrijdend inzicht.
De rechtbank verwierp het beroep op het evenredigheidsbeginsel en concludeerde dat de minister terecht geen uitzondering heeft gemaakt. De beroepen werden ongegrond verklaard, de afwijzing bleef in stand en de eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de minister terecht de te laat ingediende NOW-1 en NOW-2 aanvragen afwijst en verklaart de beroepen ongegrond.