ECLI:NL:CRVB:2021:2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wijziging meetperiode NOW-1 na indiening aanvraag
Appellante, een groothandel in vis en schaal- en weekdieren, diende op 7 april 2020 een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-1, waarbij zij abusievelijk een meetperiode van april tot en met juni 2020 koos. Zij verzocht om wijziging van deze meetperiode naar maart tot en met mei 2020, omdat dit een gunstiger resultaat zou opleveren.
De minister wees dit verzoek af, stellende dat de keuze van de meetperiode een essentieel onderdeel van de aanvraag is die bij de aanvraag moet worden gedaan en niet achteraf kan worden gewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de NOW-regeling een noodmaatregel is met een generiek karakter zonder hardheidsclausule, waardoor maatwerk achteraf niet mogelijk is. Alleen bij bijzondere omstandigheden, zoals een kennelijke vergissing, kan een wijziging worden toegestaan, maar appellante beriep zich op voortschrijdend inzicht, wat niet volstaat.
De minister heeft bovendien toegelicht dat het toestaan van wijzigingen zou leiden tot een onwerkbare situatie met een groot aantal herbeoordelingen, waardoor de doelstelling van de regeling in gevaar zou komen. De Raad concludeert dat het belang van appellante niet opweegt tegen het belang van de regeling en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de meetperiode in de NOW-1 aanvraag niet kan worden gewijzigd na indiening, behalve bij bijzondere omstandigheden die hier niet zijn aangetoond.