Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging: 03/240677-18
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
een eerdere ontmoeting waarbij [medeverdachte] geld had gestolen van die [slachtoffer] , en/of
een eerdere ontmoeting waarbij [medeverdachte] geld had gestolen van die [slachtoffer] , en/of
een eerdere ontmoeting waarbij [medeverdachte] geld had gestolen van die [slachtoffer] , en/of
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De verdere formele voorvragen.
De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Bewezenverklaring van de feiten 2 tot en met 5.
“De vaststelling van de feiten omtrent de gedragingen van verdachte”, waarnaar de rechtbank hier verwijst. De vraag of verdachte opzet heeft gehad op het feit dat de diefstal gepaard zou gaan met geweld is voor het bewijs en de kwalificatie van feit 2 niet van belang omdat verdachte opzet heeft gehad op het gronddelict diefstal. Bij het bepalen van de straf is deze vraag wel relevant. De rechtbank komt hierop terug in haar overwegingen over de strafmaat.
De rechter-commissaris heeft verdachte aan het begin van het verhoor gewezen op haar verschoningsrecht voor het geval zij zichzelf zou belasten bij het beantwoorden van bepaalde vragen. De verklaring die verdachte bij de rechter-commissaris heeft afgelegd kan dus als bewijsmiddel worden gebruikt.
De bewezenverklaring.
een eerdere ontmoeting waarbij [medeverdachte] geld had gestolen van die [slachtoffer] , en
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Verdachte heeft daarmee niet aangegeven dat zij met het verbranden van die goederen een strafvervolging voor haarzelf wilde ontgaan of afwenden. Een beroep op strafuitsluiting voor dit feit komt verdachte daarom niet toe. Ook de subsidiaire stelling van de raadsvrouw dat de relatie tussen [medeverdachte] en verdachte gelijkgesteld moet worden aan die van echtgenoten en verdachte daarom een beroep op strafuitsluiting toekomt, volgt de rechtbank niet. Dit standpunt van de verdediging is namelijk onvoldoende onderbouwd.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- dat verdachte heeft geholpen bij de verwezenlijking van dit plan;
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .
Beslag:
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van 256 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
maatregel van schadevergoedingvan 25.000,00 euro subsidiair 160 dagen gijzeling.