ECLI:NL:RBOBR:2022:4106
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering voor migrerende student conform peildatum Wsf 2000
Eiser, een student uit Spanje, vroeg studiefinanciering aan voor juli 2021. De minister wees dit af omdat eiser pas per 5 juli 2021 als migrerend werknemer werd aangemerkt, waardoor de peildatum van 1 augustus 2021 bepalend was voor toekenning. De rechtbank oordeelt dat deze toepassing van de peildatum uit de Wet studiefinanciering 2000 (artikel 1.2) niet in strijd is met het Unierecht, ook al leidt dit tot indirect onderscheid tussen Nederlandse en andere EU-studenten.
Eiser stelde dat hij ook als economisch niet-actieve burger aanspraak zou moeten maken op studiefinanciering, maar de rechtbank volgt het standpunt van de minister dat alleen het collegekrediet bedoeld is om toegang tot het onderwijs te waarborgen. De overige onderdelen van studiefinanciering, waaronder het studentenreisproduct, zijn niet voor economisch niet-actieven bestemd.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en eerdere jurisprudentie, omdat de minister in die gevallen coulance betrachtte of de peildatum anders werd geïnterpreteerd. De rechtbank concludeert dat de minister geen indirect onderscheid heeft gemaakt vanaf het moment dat eiser migrerend werknemer was en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van studiefinanciering voor juli 2021 wordt ongegrond verklaard.