Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
“steun voor levensonderhoud […] voor studies, in de vorm van een studiebeurs of -lening”als bedoeld in de in artikel 24, tweede lid 2, van Richtlijn 2004/38 geformuleerde uitzondering op het beginsel van gelijke behandeling. Eiser heeft ter zitting weliswaar betoogd dat de rechtbank niet bij dit onderdeel van het arrest van het HvJ van 2 juni 2016 zou moeten aansluiten, maar de rechtbank ziet geen aanleiding hem hierin te volgen. Voor de rechtbank is, anders dan voor eiser, niet doorslaggevend of deze kwestie in de procedure voor het HvJ tussen partijen in geschil was. Zelfs als dit, zoals eiser onder verwijzing naar door hem overgelegde stukken heeft gesteld, niet het geval was, blijft het feit dat het HvJ in de betreffende rechtsoverwegingen (79 t/m 94) heeft geoordeeld zoals hiervoor is vermeld. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen reden om op dit punt anders te oordelen dan het HvJ.