Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
€ 412.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekend gemaakt.
Overwegingen
Omvang van het geding
Inschakelen van een deskundige en/of verwijzen naar een meervoudige kamer
De beroepsgrond slaagt niet.
- € 11,74 reiskosten (46 x € 0,19 cent = € 8,74 plus parkeren € 3)
- € 300 gederfde inkomsten (1 uur zitting en 2 uur opmaken beroepschrift, 1 uur opmaken aanvullend beroep, totaal 4 uur á € 75)
- € 17,60 (twee maal aangetekende verzending beroep en aanvulling beroep)
- € 48 griffierecht
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het kalenderjaar 2020, vast op € 395.000 en vermindert de opgelegde aanslagen in de voor dat jaar geheven OZB overeenkomstig die waarde;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van