Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
4.Beoordeling van het geschil
Het taxatieverslag is geen motivering van de vaststellingsbeschikking. Gelet hierop had de uitspraak op bezwaar de volledige onderbouwing van de waardevaststelling dienen te omvatten. Aangezien de uitspraak op bezwaar geen inzicht biedt in de overwegingen die hebben geleid tot de waardevaststelling, is de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk gemotiveerd en dient zij om die reden te worden vernietigd, zo stelt belanghebbende.
Het door de heffingsambtenaar in eerste aanleg overgelegde taxatierapport (dat volgens belanghebbende dient te worden aangemerkt als een tweede waardevaststelling, waartegen het beroep zich op grond van artikel 6:19 Awb Pro mede richt) voldoet volgens belanghebbende niet aan de instructienorm van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, Uitvoeringregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna Uitvoeringsregeling), waaraan de heffingsambtenaar is gebonden. De in het taxatierapport vastgestelde waarde van de woning is namelijk niet gebaseerd op de voorgeschreven systematische vergelijking, waardoor het risico van ongelijke behandeling van belanghebbende met de overige woningeigenaren in het waardegebied wordt vergroot. Belanghebbende concludeert dat reeds om deze redenen de uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.
De heffingsambtenaar heeft er onder meer op gewezen dat in artikel 23 Wet Pro WOZ is vastgelegd welke gegevens een reguliere WOZ-beschikking moet bevatten, waarbij het niet-naleven van deze voorschriften (gelet op artikel 23, tweede lid, Wet WOZ) overigens niet tot nietigheid van de WOZ-beschikking leidt. Zowel de bestreden beschikking als het in de bezwaarfase verstrekte taxatieverslag voldoet volgens de heffingsambtenaar aan de in de regelgeving gestelde vereisten. Daarbij heeft hij aangetekend dat hij zich voor zijn onderbouwing van de vastgestelde waarde in beroep en hoger beroep niet beroept op het taxatieverslag, maar op het in de beroepsfase overgelegde taxatierapport. De uitspraak op bezwaar is volgens de heffingsambtenaar voldoende gemotiveerd. De door belanghebbende voorgestane werkwijze en de door hem bepleite bewijslastverdeling zijn niet in overeenstemming met de huidige systematiek van de Wet WOZ, de wetgeschiedenis en de daarover gewezen jurisprudentie. De heffingsambtenaar concludeert dat de door belanghebbende aangevoerde grieven geen doel treffen.
Kamerstukken II1993/94, 22 885, nr. 36, blz. 44). De in de Uitvoeringsregeling neergelegde regels voor de onderbouwing en uitvoering van de waardebepaling zijn hulpmiddelen om te bereiken dat dit wettelijke waardebegrip wordt gehanteerd, maar toetssteen blijft uiteindelijk de waarde zoals in dat artikellid is omschreven; deze waarde kan ook op andere manieren worden bepaald (HR 29 november 2000,