Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Nuenen, verweerder
Procesverloop
€ 328.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekend gemaakt.
Overwegingen
335 m². Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser op zitting de objectkenmerken bevestigd.
1 januari 2019 is verkocht, een referentieobject ongeveer een maand en een referentieobject ongeveer 11 maanden voor de waardepeildatum 1 januari 2019 zijn verkocht. Dat is dermate ruim dat de indexering wel degelijk gevolgen kan hebben voor de vastgestelde waarde van de woning van eiser. Te meer daar de verschillen tussen de verkoopcijfers en de geïndexeerde verkoopcijfers aanzienlijk groot zijn (respectievelijk € 25.000, € 9.000 en
€ 31.000.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de waarde van [de woning] per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het kalenderjaar 2020, vast op € 316.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;