Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
hij op of omstreeks 4 november 2021 te Rosmalen, gemeente ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Volkswagen met kenteken: [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, de Vliertwijksestraat en/of de Kruisstraat,- onder invloed van een stof, te weten THC (5,2 microgram per liter), bovengenoemde personenauto heeft bestuurd en/of-met een snelheid van ongeveer 102 km per uur, althans met een hogere snelheid dan de aldaar voor hem verdachte maximaal toegestane snelheid van 80 kilometer per uur over de Vliertwijksestraat heeft gereden, terwijl verdachte een (onoverzichtelijk) kruispunt, een kruising van de Vliertwijksestraat met de Kruisstraat, naderde en/of-in botsing is gekomen met een personenauto (Peugeot met kenteken: [kentekennummer 2] ), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
- 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 60a van het Wetboek van Strafrecht, en
- 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van
12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.
ontzeggingvan de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
3 jaren.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [dochter slachtoffer] , van een bedrag van
29.554,38 euro, bestaande uit 4.554,38 euro materiële schadevergoeding en 25.000,00 euro immateriële schadevergoeding. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente wat betreft de immateriële schade vanaf 04 november 2021 en wat betreft de materiële schade vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [dochter slachtoffer] , van een bedrag van 29.554,38 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 182 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [zoon slachtoffer] , van een bedrag van
24.554,38 euro, bestaande uit 4.554,38 euro materiële schadevergoeding en 20.000,00 euro immateriële schadevergoeding. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente wat de immateriële schade betreft vanaf 04 november 2021 en wat de materiële schade betreft vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [zoon slachtoffer] , van een bedrag van 24.554,38 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 170 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.