ECLI:NL:RBOBR:2023:2022
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in ’s-Hertogenbosch
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in ’s-Hertogenbosch, vastgesteld op €490.000 per peildatum 1 januari 2019. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank constateert dat het laat ingediende aanvullende beroepschrift, hoewel in strijd met de goede procesorde, toch wordt toegelaten omdat het een herhaling betreft van eerder ingenomen standpunten. Eiser stelt dat de Wet WOZ in strijd is met het recht op eigendom (artikel 1 EP Pro EVRM) en de EU-hypothekenrichtlijn, maar deze gronden worden verworpen vanwege rechtmatigheid en toepassingsgebied.
De heffingsambtenaar heeft met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De rechtbank gaat niet mee in de door eiser voorgestane wiskundige waarderingsmethode en wijst diens afwijkende maatvoering af, mede omdat eerdere procedures deze standpunten reeds hebben verworpen.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 28 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €490.000.