Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2023 in de zaak tussen
V.O.F. [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Nuenen, de burgemeester
Inleiding
19 november 2020 (gepubliceerd op 30 november 2020), waarbij de burgemeester de autobranche op het bedrijventerrein Eeneind I en Eeneind II in Nuenen heeft aangewezen als exploitatievergunningplichtig (hierna: het aanwijzingsbesluit).
Het oordeel van de rechtbank
feitelijkeen juridische grondslag het besluit is gebaseerd. Dat geldt temeer omdat die feitelijke grondslag door eiseres wordt betwist. In het aanwijzingsbesluit is ter onderbouwing van het besluit – onder andere – meegewogen dat:
De rechtbank is na kennisneming van de stukken in de beslissing van 11 november 2022 tot het oordeel gekomen dat gewichtige redenen bestonden om beperkte kennisgeving van die stukken gerechtvaardigd te achten. De burgemeester heeft in die zin gelijk dat die stukken dus geen onderdeel hoefden uit te maken van de motivering van de bestreden beslissing (i), en in die zin niet konden bijdragen aan een
kenbaremotivering van het bestreden besluit (ii). Maar zoals de burgemeester zelf heeft aangegeven op de zitting heeft hij kennelijk meer stukken aan het aanwijzingsbesluit ten grondslag gelegd dan hij in eerste instantie aan de rechtbank heeft verstrekt. De rechtbank heeft na de tussenuitspraak alsnog kennis genomen van de inhoud van een groot deel van die stukken en de nadere motivering van het aanwijzingsbesluit en daarmee van de
feitelijkegrondslag van het besluit. De rechtbank heeft haar oordeel hier mede op gebaseerd.
equality of arms. Zoals hiervoor al is overwogen heeft de rechtbank de beperkte kennisneming van de desbetreffende passages uit de stukken en de aanvullende motivering gerechtvaardigd geacht. Toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb houdt weliswaar een beperking in van de openbaarheid en van de
equality of arms, maar deze beperking kan slechts om
gewichtige redenenworden aangebracht, en wordt getoetst door de rechter. Acht de rechter de beperking gerechtvaardigd, zoals in deze zaak het geval is, dan is het ingevolge het vijfde lid aan de andere partij overgelaten te beslissen of de rechter mede op de grondslag van de achtergehouden of geheim gehouden inlichtingen of stukken uitspraak kan doen. Aan de noodzaak tot bescherming van belang van derden (waaronder die van personen en bedrijven die onderwerp zijn of gaan worden van vervolgacties en die van betrokken overheidsdiensten), komt meer gewicht toe dan aan het belang van eiseres om van (de verdere inhoud van) deze stukken kennis te nemen. [2] De rechtbank is van oordeel dat de beperkingsmogelijkheid op deze manier met zodanige waarborgen is omkleed, dat het recht op een eerlijke procesvoering niet in zijn essentie wordt beperkt. De burgemeester heeft bovendien telkens, in concrete en soms meer algemene bewoordingen, medegedeeld wat de strekking is van de inhoud van die stukken. Daarop heeft eiseres kunnen reageren en dat heeft zij ook gedaan.
opvallende en verdachte situaties) en daar wordt door middel van controles op geacteerd. Als overheidsinstanties vervolgens nader onderzoek instellen, leidt dit echter niet tot de constatering dat er daadwerkelijk ondermijnende activiteiten, zoals strafbare feiten of andere misstanden, plaatsvinden of het gaat om activiteiten van zo een geringe aard dat die constateringen niet, ook niet in onderlinge samenhang bezien, de conclusie kunnen dragen dat het om ondermijning gaat. Daarnaast blijkt uit de stukken ook niet dat een deel van de in het gebied gevestigde bedrijven wordt bestuurd of geëxploiteerd door personen die in verband worden gebracht met het plegen van strafbare feiten, zoals in de onderbouwing van het aanwijzingsbesluit wordt gesteld. Uit de stukken blijkt dat het gaat om enkele personen met antecedenten, waarbij het soms gaat om oude feiten en het nog maar de vraag is of en in hoeverre die antecedenten verband houden met de autobranche. Evenmin blijkt dat bedrijven op het terrein, op een zeer gering aantal bedrijven na, in relatie tot strafbare feiten voorkomen in mutaties of onderzoeken van de politie. Er worden weliswaar veel controles uitgevoerd, maar dit levert zelden iets concreets op. Uit de eerste rapportage van het RIEC (Konik 1.0) blijkt eveneens dat er aanwijzingen zijn voor ondermijning op het bedrijventerrein, maar uit het rapport blijkt dat er vervolgens niets is geconstateerd bij de meest in het oog springende ondernemingen. Tenslotte is een aantal door de burgemeester ingebrachte rapportages niet gedateerd, zodat daaraan geen betekenis kan worden toegekend voor de onderbouwing van het aanwijzingsbesluit.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de burgemeester op om binnen 6 weken een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 360,– aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van eiser tot een bedrag van