Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Veldhoven, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €303.000 per waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde voor, onderbouwd met verkoopgegevens en een taxatierapport.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De vergelijkingsobjecten zijn niet identiek, maar wel voldoende vergelijkbaar en correct gecorrigeerd voor verschillen zoals het aantal slaapkamers en de aanwezigheid van een serre. De taxatie van eiser is onvoldoende inzichtelijk.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst dit toe met een bedrag van €500, omdat de overschrijding van meer dan twee jaar geheel aan de heffingsambtenaar is toe te rekenen. Ook wordt een vergoeding van proceskosten toegekend, maar geen griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier M. Brok op 10 mei 2023. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.