ECLI:NL:RBOBR:2023:264
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling definitieve tegemoetkoming NOW-1 ondanks verzoek maatwerk
Eiseres diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-1 vanwege verwacht omzetverlies. De minister verleende een voorschot en stelde later de definitieve tegemoetkoming vast op €6.937,-. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit tot vaststelling van de definitieve tegemoetkoming.
De rechtbank oordeelde dat een algemene verwijzing naar bezwaargronden onvoldoende is om in beroep te reageren. Eiseres stelde dat de loonsom in januari 2020 niet representatief was door de inzet van oproepkrachten in de drukke decembermaand, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De rechtbank vond het onderscheid tussen vaste en oproepkrachten niet relevant en concludeerde dat de loonsom representatief was.
Daarnaast had eiseres een beroepsgrond over het niet meenemen van vrijwillig ontslag van drie medewerkers in bezwaar expliciet prijsgegeven, waardoor deze niet in beroep opnieuw kon worden aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op het recht van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-1 wordt ongegrond verklaard.