Eiseres maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €69,69 opgelegd door de gemeente 's-Hertogenbosch wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 16 mei 2022. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag in de uitspraak op bezwaar van 26 oktober 2022. Eiseres stelde dat de Verordening parkeerbelasting 2022 onverbindend is omdat het maximale bedrag aan naheffingskosten te laat was bekendgemaakt, en dat de hoorplicht was geschonden doordat zij niet is gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de bekendmakingsdatum in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen geen fatale termijn is, zodat de verordening niet onverbindend is. Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres terecht parkeerbelasting verschuldigd was en dat zij niet had betaald. De hoorplicht was weliswaar geschonden omdat de heffingsambtenaar niet tijdig een hoorzitting had gepland na het verzoek van eiseres, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat eiseres niet benadeeld was; zij had haar standpunten voldoende kenbaar gemaakt en was niet op de zitting verschenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat formele schendingen zoals een hoorplichtschending kunnen worden gepasseerd indien geen nadeel is geleden en het geschil feitelijk niet wordt betwist.