Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[mailadres 1],
[mailadres 2],
[mailadres 3],
[mailadres 4] , [mailadres 5],
[mailadres 6], kan worden aangemerkt.
zaak’ en ‘Maar ik, luister, ik ben [alias] van
zak’. De rechtbank acht de juistheid van de uitwerking op dit punt niet van belang en
uitleg vatbaar is. De inhoud van deze gesprekken vindt naar het oordeel van de rechtbank over en weer bevestiging in elkaar en wordt op belangrijke onderdelen ook versterkt door de inhoud van andere bewijsmiddelen.
huurdervan een woning de kosten van een immense verbouwing als aan de woning in Poppel is verricht, zou financieren. Financiering van een dergelijke verbouwing wordt (doorgaans) verricht door de eigenaar. Dat [verdachte] degene is geweest die de kosten van de verbouwing heeft gedragen, blijkt onder meer uit de rechtstreekse contante betalingen door verdachten [verdachte] en [medeverdachte 5] aan veel leveranciers/klusjesmannen, het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 5] door hen werden gezien als opdrachtgevers en de opmerking van [verdachte] dat er pas betalingen kunnen worden gedaan als hij contanten had, die werden bijgeschreven op de bankrekening van [bedrijf 2] , waarna de rekeningen van [bedrijf 3] (ten behoeve van het pand in Poppel) konden worden voldaan. Verder betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat uit chatberichten (Ennetcom) volgt dat [verdachte] op zoek was naar acht ton ‘wit geld’ voor de aanschaf van een woning. Een opmerking die direct te relateren is aan het pand in Poppel. Ook wordt door anderen meegedacht over de mogelijkheid aan ‘wit’ geld te komen en wordt gesproken over een constructie voor de aanschaf van de woning. Tot slot is het uiteindelijk [verdachte] zelf, en niet [bedrijf 2] , die de woning buiten het zicht van officiële autoriteiten onderhands weer te koop aanbiedt en vervolgens verkoopt voor een bedrag van € 1.200.0000.
1.de verdachten en de samenwerking
2.de rolverdeling, hiërarchie.
3.het verhullen van communicatie en locatie.
verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn die ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden en:
- met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid dan wel
- die tot het begaan van de misdrijven zijn vervaardigd of bestemd.
teruggave aan verdachte gelastenvan de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.
gevangenisstrafvoor de duur van 7 jaar met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.