Eiser, die sinds 2000 samenwoonde met mevrouw A, wiens gezondheid door gevorderde dementie ernstig is aangetast, vordert in kort geding het recht om haar te mogen bezoeken in de zorginstelling Archipel. Archipel weigert dit bezoek op grond van het welzijn van mevrouw A, mede gesteund door haar wettelijke vertegenwoordiger, de zoon van mevrouw A.
De rechtbank stelt vast dat eiser en mevrouw A als (voormalige) partners kunnen worden beschouwd en dat het recht op family life van eiser in beginsel geldt. Echter, het belang van mevrouw A bij het voorkomen van onrust en angst door bezoek van eiser weegt zwaarder. Het multidisciplinaire behandelteam en de hoofdbehandelaar van mevrouw A verklaren dat bezoek nadelige gevolgen kan hebben.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van Archipel een legitiem doel dient, proportioneel en subsidiariteitseisen respecteert. Er is geen minder ingrijpende manier om het welzijn van mevrouw A te waarborgen. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.