Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2023 in de zaak tussen
(gemachtigden: mr. E.G. Borghols en mr. P. van den Berg).
Samenvatting
Inleiding
12 november 2021 de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslagen gehandhaafd.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Van de zijde van de heffingsambtenaar ziet de rechtbank graag het verweerschrift komen en vooral waar volgens de heffingsambtenaar vermoedelijk de belastingplicht ligt.” De heffingsambtenaar heeft in de vervolgens ingediende verweerschriften hier geen uitvoering aan gegeven en is per door hem aangeslagen partij tot een belastingplicht blijven concluderen.
Conclusie en gevolgen
12 november 2021 worden vernietigd, de rechtbank wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem daarbij op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseres.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 12 november 2021;
- wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van in totaal € 720 aan eiseres moet vergoeden.
mr. M. de Vries, leden, in aanwezigheid van drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier.
De uitspraak is in het openbaar geschied op 7 februari 2023.