ECLI:NL:RBOBR:2024:109
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde recreatiewoning vastgesteld ondanks gebruiksbeperkingen, waarde verlaagd
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn object, dat als recreatiewoning is aangemerkt. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €273.000, terwijl eiser een waarde van €171.000 verdedigt op basis van een taxatierapport.
De rechtbank stelt vast dat het object naar aard en inrichting geschikt is voor duurzame menselijke bewoning en daarom onder het begrip 'woning' valt. De heffingsambtenaar mocht het object als recreatiewoning waarderen. Echter, het bestemmingsplan verbiedt bewoning, wat een gebruiksbeperking vormt die niet geldt voor de vergelijkingsobjecten die recreatiewoningen zijn zonder dergelijke beperkingen.
De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij rekening heeft gehouden met deze beperkingen, waardoor de vastgestelde waarde te hoog is. Eiser heeft ook niet voldoende onderbouwd dat zijn lagere waarde juist is. Daarom stelt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €185.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: WOZ-waarde van het object wordt verlaagd naar €185.000 en heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.