ECLI:NL:RBOBR:2024:3150
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning met vergelijkingsmethode en gegevensverstrekking
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning per waardepeildatum 1 januari 2022, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €266.000. De heffingsambtenaar onderbouwt deze waarde met een taxatierapport en drie vergelijkingsobjecten, waarbij rekening is gehouden met waarderelevante verschillen zoals bouwjaar en oppervlakte.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de correcties inzichtelijk zijn gemaakt. De stelling van eiser dat alleen de m²-prijs van één object moet worden gebruikt, wordt verworpen. Ook de klachten over onvoldoende correctie voor enkelglas, slecht onderhoud en panelen worden niet gevolgd, omdat de taxateur deze aspecten heeft gewaardeerd en de rechtbank de taxatie niet op juistheid toetst.
Verder wordt geoordeeld dat geen sprake is van schending van artikel 40 Wet Pro WOZ omtrent gegevensverstrekking, aangezien de heffingsambtenaar de relevante gegevens heeft verstrekt of toegelicht waarom bepaalde gegevens niet onder artikel 40 vallen Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.