Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel3a van die wet;
geldbedrag (zie AMB-317) en/of
geldbedrag (zie AMB-317) en/of
€ 92.875,47, althans enig geldbedrag (zie AMB-317) en/of
geldbedrag (zie AMB-317) en/of
geldbedrag (zie AMB-317) en/of
€ 92.875,47, althans enig geldbedrag (zie AMB-317) en/of
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel3a van die wet.
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde Pro en/of vierde en/of vijfde lid Opiumwet.
De formele voorvragen.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM).
nietgepaard ging met andere strafbare feiten of schendingen van de openbare orde. Er werd niet actief gezocht naar handelsvoorraden van coffeeshophouders. De politie kon wel bij toeval op een te grote handelsvoorraad stuiten, of een opslaglocatie ontdekken, nadat er bijvoorbeeld een tip was binnengekomen. In de gevallen waarin het ging om een handelsvoorraad ten behoeve van de exploitatie van een gedoogde coffeeshop vond een afweging plaats of vervolging aangewezen was. Bij die afweging konden verschillende factoren worden betrokken, zoals: de omvang van de aangetroffen voorraad, de mogelijke betrokkenheid van de coffeeshophouder bij andere strafbare feiten, recidive en het gevaarzettende karakter. Deze afwegingen waren (en zijn) sterk casuïstisch en variëren van zaak tot zaak.”
Inleiding.
17,1 kilogram hasjiesj,
Bewijsoverwegingen.
De organisatie en het oogmerk
De deelnemers
De duurzaamheid (periode)
De bewezenverklaring.
heeftgehad en/of omgezet en/of van voormeld(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,