Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, de heffingsambtenaar
Inleiding
[adres] in [woonplaats] voor het belastingjaar 2020. Van acht bedrijfsobjecten uit hetzelfde verzamelgebouw beoordeelt de rechtbank ook de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2022.
- [adres] op € 575.000;
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar de waarden gehandhaafd.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
[adres] . Over de referentieverkopen heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat de in het taxatierapport gebruikte referentieverkopen alle zijn gelegen in de directe nabijheid van het onderhavige object.
€ 1.200,- per parkeerplaats. De huurprijzen zijn niet geïndexeerd naar de waardepeildatum, maar dat is in het voordeel van eiseres. De op deze manier berekende huurwaarde is vervolgens door de taxateur vermenigvuldigd met een “kapitalisatiefactor”: de verkoopprijs van vergelijkbare objecten gedeeld door de objectieve huurwaarde die volgt uit de gerealiseerde eigen huurprijs. De rechtbank vindt deze methode bruikbaar om de waarde van de acht bedrijfsobjecten te bepalen.
15 maart 2018 voor € 11.000.000 is aangekocht. Voor de waardepeildatum 1 januari 2019 heeft de heffingsambtenaar het verzamelkantoor in zijn geheel gewaardeerd op € 15.336.000 en voor de waadepeildatum 1 januari 2021 op € 16.445.000. Dat is volgens eiseres aanzienlijk, en onbegrijpelijk veel, hoger dan het eigen aankoopcijfer. Volgens eiseres is de door de heffingsambtenaar gebruikte kapitalisatiefactor te hoog.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. F.J.H.L. Makkinga, leden, in aanwezigheid van E.H.J.M.T. van der Steen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024.