ECLI:NL:RBOBR:2024:3602
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Veldhoven
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Veldhoven, vastgesteld op €471.000 per 1 januari 2022. Hij stelde dat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn verzoek om gegevensverstrekking op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ, en dat de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat hoewel eiser een specifiek verzoek heeft gedaan, de heffingsambtenaar voldoende gegevens heeft verstrekt, zoals het taxatieverslag en een waardematrix. Zelfs indien sprake zou zijn van een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ, is eiser niet benadeeld omdat hij ook zonder die gegevens beroep had ingesteld. Daarom wordt het eventuele gebrek gepasseerd.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met vier vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk, rekening houdend met bouwjaar, oppervlakte en onderhoud. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de waarde te hoog zou zijn, ondanks zijn argumenten over onderhoud, voorzieningen, ouderdom keuken en duurzaamheidsniveau. De rechtbank wijst deze argumenten af en concludeert dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding en griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter G. de Jong op 8 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €471.000 wordt ongegrond verklaard.