ECLI:NL:RBOBR:2024:3752
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade wegens twijfel deskundigheid adviseur
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad om tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door een bestemmingsplanwijziging die de waarde van zijn woning aan de [adres] verminderde. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna de rechtbank in 2020 het besluit vernietigde wegens het ontbreken van een deskundigenadvies. Vervolgens baseerde het college zijn besluit op een advies van mr. drs. C.M.L. van der Lee KRMT, waarvan de deskundigheid werd betwist.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in juli 2024 dat het college niet mocht aannemen dat de adviseur voldoende deskundig was, omdat hij niet bevoegd was tot taxaties maar slechts tot waardebepalingen. De rechtbank sluit zich hierbij aan en vernietigt het bestreden besluit omdat het college het advies van deze niet-bevoegde adviseur ten onrechte als grondslag gebruikte.
Daarnaast behandelt de rechtbank de overige beroepsgronden van eiser, waaronder de planologische vergelijking en het normaal maatschappelijk risico. De rechtbank oordeelt dat de planologische vergelijking door de SAOZ juist is en dat het college terecht een normaal maatschappelijk risico van 3% hanteert gezien de ruimtelijke structuur en het beleid.
De rechtbank draagt het college op binnen dertien weken een nieuw besluit te nemen, vergoedt het griffierecht aan eiser en veroordeelt het college in de proceskosten. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken van de Afdeling en benadrukt het belang van een onafhankelijk en deskundig advies bij de beoordeling van planschadeverzoeken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt vernietigd.