Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser werkte als productiemedewerker en meldde zich ziek op 25 januari 2021. Na twee jaar ziekte vroeg hij een WIA-uitkering aan, die hem op 15 februari 2023 werd toegekend. Het UWV besloot later zijn uitkering te beëindigen per 15 februari 2025, omdat eiser geschikt zou zijn voor de maatgevende arbeid. Eiser stelde dat het UWV het bezwaar niet op juiste gronden had heroverwogen en dat de arbeidsdeskundige beoordeling onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet in strijd met de Awb heeft gehandeld door de arbeidskundige beoordeling te heroverwegen, maar dat de maatgevende arbeid niet verruimd mag worden naar ander werk binnen de productielijn. De arbeidsdeskundige had onvoldoende gemotiveerd dat het werk op een andere werkplek niet te belastend was, mede gezien de forse beperkingen die de verzekeringsarts aannam.
Het besluit was daarom niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.