ECLI:NL:RBOBR:2024:4581
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voorwaardelijk strafontslag politieambtenaar wegens disproportioneel geweld en onjuist rapporteren
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van een politieambtenaar tegen het besluit van de korpschef om hem voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar op te leggen vanwege disproportioneel geweld tegen een arrestant en onjuist rapporteren daarover.
De feiten betreffen een incident op 11 februari 2020 waarbij de ambtenaar geweld gebruikte tijdens de insluiting van een arrestant, wat als buitenproportioneel werd beoordeeld. De ambtenaar werd strafrechtelijk veroordeeld en onderging een disciplinair onderzoek. Hij erkende het plichtsverzuim, maar voerde aan dat hij handelde onder een acute dissociatieve reactie, waardoor het plichtsverzuim hem niet kon worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef bevoegd was tot disciplinaire straf en dat het plichtsverzuim wel aan de ambtenaar kon worden toegerekend, mede gelet op medische rapportages die ontoerekenbaarheid ontkenden. De straf werd niet als onevenredig beschouwd, waarbij rekening werd gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en lange staat van dienst.
Het beroep werd ongegrond verklaard, met bevestiging van het voorwaardelijk ontslag en zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de politieambtenaar tegen het voorwaardelijk strafontslag is ongegrond verklaard en het disciplinaire besluit bevestigd.