ECLI:NL:RBOBR:2025:1125
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1926 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van € 725.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatierapport van € 810.000, waarbij de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau. De rechtbank stelt dat de heffingsambtenaar deze aspecten heeft erkend en in de taxatie met een correctiefactor heeft verwerkt. Voor het duurzaamheidsniveau acht de rechtbank het verschil in waarde van € 85.000 voldoende om eventuele verschillen te compenseren.
Daarnaast vond eiser de motivering van de uitspraak op bezwaar onvoldoende, omdat de waardestijging ten opzichte van het voorgaande jaar groot was. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar dit voldoende heeft toegelicht en dat het enkel oneens zijn met de motivering geen gebrek betekent.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft staan en eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft € 725.000.