ECLI:NL:RBOBR:2025:1127
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en motivering uitspraak op bezwaar
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1974 en stelt dat de vastgestelde WOZ-waarde te hoog is vanwege onder meer een gedateerde keuken, matige onderhoudstoestand en enkelglas. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €535.000 en verwees naar een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met vier vergelijkingsobjecten.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De taxatie houdt voldoende rekening met de verschillen, waaronder de toestand van de woning. De rechtbank kan de taxatietechnische waardering niet toetsen op juistheid, maar beoordeelt de begrijpelijkheid en vindt dat de heffingsambtenaar de waardering adequaat heeft gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten heeft gesteld die tot een lagere waardering leiden. De inpandige opname bevestigt dat de woning redelijk is onderhouden en dat enkelglas aanwezig was op de peildatum. De heffingsambtenaar heeft de waardering van de keuken en het duurzaamheidsniveau voldoende meegenomen. Ook is de motivering in de uitspraak op bezwaar toereikend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier F.E.M. Wintjes op 25 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.