ECLI:NL:RBOBR:2025:1128
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning via vergelijkingsmethode bevestigd
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1995 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €860.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatierapport met toepassing van de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde bouwperiode werden gebruikt.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank stelt dat eiser deze feiten moet stellen en bewijzen, en dat de waardering van dergelijke aspecten een taxatietechnische aangelegenheid is die door deskundigen wordt vastgesteld.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn onderbouwing dat de vergelijkingsobjecten een vergelijkbare bouwperiode en voorzieningen hebben, zodat de waardedrukkende factoren voldoende zijn meegenomen. Eiser heeft onvoldoende feiten gesteld om het duurzaamheidsniveau als matiger aan te merken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €860.000 blijft gehandhaafd.