ECLI:NL:RBOBR:2025:1129
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning volgens vergelijkingsmethode bevestigd
Eiseres is eigenaar van een vrijstaande semibungalow uit 1985, waarvan de WOZ-waarde voor 2023 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €737.000. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar deze waarde, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport van 14 maart 2024, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast op vier vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats. Hierbij werden m²-prijzen gecorrigeerd voor waarderelevante verschillen.
Eiseres stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat van keuken en badkamer, maar slaagde er niet in dit met bewijs te onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat met deze omstandigheden voldoende rekening was gehouden en dat het taxatierapport begrijpelijk was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 737.000 is ongegrond verklaard.