ECLI:NL:RBOBR:2025:1132
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks gedateerde voorzieningen
Eiser is eigenaar van een rijwoning uit 1988 en betwist de WOZ-waarde van €393.000 die de heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2023 heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde woonplaats. Daarbij zijn correcties toegepast voor verschillen in kwaliteit en voorzieningen.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer, beide ouder dan 20 jaar, en met het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelt dat eiser de feiten en omstandigheden die tot een lagere waardering leiden moet stellen en bewijzen. De taxatiewaarde en correctiefactoren zijn deskundig vastgesteld en begrijpelijk gemotiveerd.
De heffingsambtenaar heeft de kwaliteit van de woning beoordeeld als slecht (correctiefactor 2) tegenover gemiddeld (correctiefactor 3) bij de vergelijkingsobjecten, waarmee de gedateerde voorzieningen zijn meegenomen. Het duurzaamheidsniveau is vergelijkbaar met de vergelijkingsobjecten. Eiser heeft geen feiten gesteld die een lagere duurzaamheid aantonen.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 25 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.