De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiseres, voormalig werkgever, tegen het besluit van het UWV dat de werknemer vanaf 23 september 2021 recht heeft op een WIA-uitkering wegens meer dan 35% arbeidsongeschiktheid.
Het UWV baseerde haar besluit op rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die bepaalde functies verwierpen omdat de werknemer de Nederlandse taal niet machtig is. Eiseres voerde aan dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom functies werden verworpen en dat de werknemer wel over voldoende taalvaardigheid zou beschikken.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de werknemer niet in staat is Nederlandse teksten te lezen en de taal niet beheerst, wat noodzakelijk is voor de verworpen functies. Het enkele feit dat de werknemer al jaren in Nederland werkt, is onvoldoende om het tegendeel te bewijzen.
Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateerde bij enkele functies die in bezwaar niet waren gemotiveerd verworpen, passeerde zij dit gebrek omdat de motivering in beroep voldeed en eiseres niet benadeeld werd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiseres kreeg een proceskostenvergoeding en terugbetaling van het griffierecht.