ECLI:NL:RBOBR:2025:1301
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgerechtigdheid
Eiser stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning, vastgesteld op €541.000 voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat niet was vastgesteld dat eiser gerechtigd was om beroep in te stellen. De beschikking was namelijk aan de erfgenamen opgelegd, en het was niet duidelijk of eiser tot deze kring behoorde.
De rechtbank vroeg eiser om bewijs van zijn beroepsgerechtigdheid, zoals een verklaring van erfrecht, maar hierop werd niet gereageerd. Daarom kon niet worden vastgesteld dat eiser tot de kring van beroepsgerechtigden behoorde. De rechtbank overwoog dat het feit dat de heffingsambtenaar het bezwaar inhoudelijk behandelde geen reden was om anders te oordelen.
Ten overvloede beoordeelde de rechtbank het beroep inhoudelijk en concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde terecht was vastgesteld, onder meer op basis van een taxatierapport met vergelijkingsmethode. De bezwaren van eiser over de staat van de woning, duurzaamheidsniveau en ligging werden niet voldoende onderbouwd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waardoor eiser geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgerechtigdheid.