De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een consument over een op regiebasis gesloten aannemingsovereenkomst voor een woninguitbouw. De consument beëindigde de werkzaamheden voortijdig en stelde dat zij vooraf onvoldoende geïnformeerd was over de totale kosten, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is.
De rechtbank oordeelt dat de aannemer niet voldeed aan zijn informatieplicht ex artikel 6:230l BW, een implementatie van Europees consumentenrecht. Hierdoor wordt de overeenkomst vernietigd. Voor reeds verrichte werkzaamheden is een redelijke vergoeding verschuldigd, maar met een korting vanwege de schending van de informatieplicht.
De vorderingen van de aannemer worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en omdat de consument de lichtstraat kan teruggeven. De consument krijgt een korting van 35% op de betaalde bedragen, wat neerkomt op een terugbetaling van €4.078,35. De aannemer wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.