ECLI:NL:RBOBR:2025:1433
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet betalen ondanks functionerende parkeerapparatuur
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar voertuig op een parkeerplaats stond zonder geldig parkeerbewijs, terwijl de parkeerapparatuur naar behoren functioneerde. Eiseres stelde dat haar zoon, de gebruiker van de auto, wel had geprobeerd te betalen, maar dat de betaling niet werd geaccepteerd door een technisch probleem buiten haar risicosfeer. Zij was bereid de parkeerbelasting te voldoen, maar betwistte de naheffingskosten en de motivering van het bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan: de parkeerautomaat werkte correct en de gebruiker wist dat betaald parkeren verplicht was. Een beroep op coulance kon niet worden gehonoreerd omdat de wet dit niet toestaat, tenzij er sprake is van onvoorziene omstandigheden of het niet redelijkerwijs mogelijk was te betalen, wat hier niet het geval was.
Verder vond de rechtbank de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende, mede doordat de heffingsambtenaar in de beroepsfase nadere toelichting gaf en eiseres hierop kon reageren. De hoogte van de naheffingsaanslag werd als wettelijk en proportioneel beoordeeld. De stelling van willekeur werd verworpen omdat het verschil in behandeling verklaarbaar is door het feit dat bij invoer van een verkeerd kenteken wel betaald wordt.
De rechtbank concludeerde dat geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur was aangetoond en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.