ECLI:NL:RBOBR:2025:2148
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1993 met diverse bijgebouwen en een grondoppervlakte van 1.092 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2023 vast op € 1.034.000, gebaseerd op een taxatierapport van 3 april 2024 waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats.
Eiser betwist het gebruik van één vergelijkingsobject vanwege een afwijking van meer dan 35% in verkoopprijs en stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken, badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De heffingsambtenaar heeft het betreffende object echter niet meer gebruikt in de beroepsfase en heeft de kwaliteit en onderhoudsniveaus van woning en vergelijkingsobjecten met correctiefactoren beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd om de lagere waardering te onderbouwen en dat de taxatie en correcties begrijpelijk en deskundig zijn uitgevoerd. De gedateerde keuken en badkamer zijn meegenomen in de kwaliteitsbeoordeling, maar zijn niet doorslaggevend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.