ECLI:NL:RBOBR:2025:2149
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode en waarderingsverschillen
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1998 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van € 498.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met vier vergelijkingsobjecten uit dezelfde straat.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde badkamer en de ligging nabij een school, wat volgens hem tot een lagere waarde moet leiden. De rechtbank stelt dat eiser zijn stelplicht en bewijslast niet heeft voldaan door geen concrete feiten of bewijsstukken aan te dragen.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar die de kwaliteit en ligging van de woning adequaat heeft gewaardeerd, waarbij een gedateerde badkamer slechts een onderdeel is van de totale kwaliteitsbeoordeling. De nabijheid van de school wordt als een subjectief element gezien dat niet tot waardevermindering leidt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wijst het verzoek tot terugbetaling van griffierecht af en kent geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.