ECLI:NL:RBOBR:2025:2150
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning met vergelijkingsmethode bevestigd
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning uit 1975, gelegen aan een adres in Eindhoven, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €384.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseert deze waarde op een taxatierapport van 1 mei 2024 waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiser voert aan dat twee vergelijkingsobjecten niet passend zijn vanwege verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en kwaliteitsniveau. De rechtbank oordeelt echter dat de heffingsambtenaar deze verschillen inzichtelijk en voldoende heeft verwerkt in de waardematrix en dat eiser geen concrete onjuistheden heeft gesteld.
De rechtbank benadrukt dat taxatietechnische waarderingen niet op juistheid kunnen worden getoetst, maar wel op begrijpelijkheid en onderbouwing. Omdat eiser zijn stellingen niet met bewijs heeft ondersteund, wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €384.000 blijft gehandhaafd.