ECLI:NL:RBOBR:2025:2155
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met toepassing vergelijkingsmethode en motiveringsvereisten
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke is vastgesteld op €500.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar. Eiser voert aan dat onder meer de gedateerde keuken en het matige duurzaamheidsniveau onvoldoende zijn meegenomen in de waardering.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar de waarde heeft onderbouwd met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast. Hierbij zijn drie vergelijkingsobjecten gebruikt en zijn correcties toegepast voor relevante verschillen. De rechtbank oordeelt dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoet aan de in het belastingrecht geldende eisen.
Hoewel eiser wijst op gedateerde voorzieningen en een matig duurzaamheidsniveau, heeft hij onvoldoende gesteld en bewezen dat deze omstandigheden niet adequaat zijn meegenomen. De rechtbank kan de taxatietechnische waardering niet op juistheid toetsen, maar vindt de onderbouwing begrijpelijk en voldoende.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier F.E.M. Wintjes op 10 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €500.000 blijft gehandhaafd.