ECLI:NL:RBOBR:2025:2345
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waardering vrijstaande woning op basis van vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning met diverse aanbouwen en een garage, gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vastgesteld op €1.203.000, welke waarde werd gehandhaafd na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn waardering voldoende heeft onderbouwd met een taxatierapport en een waardematrix waarin de vergelijkingsmethode is toegepast. Hierbij zijn drie vergelijkingsobjecten gebruikt, waarvan twee door eiser bekritiseerd werden, maar deze kritiek blijft zonder gevolgen omdat de heffingsambtenaar deze objecten in beroep niet meer gebruikt.
Eiser voerde verder aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud, de gedateerde keuken en badkamer, en het matige duurzaamheidsniveau. De rechtbank stelt dat dergelijke taxatie-technische waarderingen niet door haar op juistheid kunnen worden beoordeeld, maar dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat met deze omstandigheden voldoende rekening is gehouden. Nieuwe argumenten die tijdens de zitting werden ingebracht zijn vanwege strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €1.203.000 blijft gehandhaafd.