ECLI:NL:RBOBR:2025:2377
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar WOZ-waarde en vaststelling dwangsom
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning en stelde de heffingsambtenaar in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar inmiddels is gedaan en bekend is bij eiseres, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is voor het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig en op juiste wijze is verzonden, waardoor een bestuurlijke dwangsom is verschuldigd voor de periode van te late verzending. De dwangsom werd vastgesteld op € 1.442.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 68, en het griffierecht van € 51. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet langer dan twee jaar was overschreden.
De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om te oordelen over de vraag of de proceskosten en dwangsom aan een ander dan eiseres moeten worden uitbetaald. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar op 22 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard; de heffingsambtenaar moet een bestuurlijke dwangsom van € 1.442 en proceskosten vergoeden.