ECLI:NL:RBOBR:2025:2401
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijkingsmethode door rechtbank Oost-Brabant
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning uit 1989 vast op €405.000 voor het kalenderjaar 2023. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde keuken, badkamer, matig onderhoud en het lage duurzaamheidsniveau van de woning.
De rechtbank overwoog dat de heffingsambtenaar de waarde onderbouwde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast. Hierbij werden vier vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats gebruikt, waarbij correcties werden gemaakt voor waarderelevante verschillen. De woning en vergelijkingsobjecten werden gemiddeld gewaardeerd op onderhoud en voorzieningen.
Eiser had onvoldoende feiten gesteld om het matige onderhoud te onderbouwen en had geen foto’s overgelegd. Het door eiser ingediende woningwaarderapport bevestigde een gemiddelde onderhoudstoestand. De rechtbank volgde de heffingsambtenaar grotendeels en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 23 april 2025. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.